ECLI:NL:RBDHA:2026:7522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid
Eiseres, een Turkse vrouw geboren in 1939, verzocht om een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel 'familie en gezin' bij haar dochter in Nederland. Na afwijzing van haar aanvraag en bezwaar, stelde zij beroep in tegen het bestreden besluit. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht een advies uit waarin haar medische situatie werd beschreven, met onder meer diabetes mellitus type 2 en hypertensie, en het risico op ernstige complicaties bij uitblijven van behandeling.
Verweerder stelde dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor vrijstelling van het mvv-vereiste en dat er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar dochter, zoals vereist voor gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden had meegewogen, waaronder het langdurige verblijf van eiseres in Turkije en de beschikbaarheid van medische zorg aldaar.
Hoewel eiseres hulp ontvangt van haar dochter in Nederland, blijkt uit het BMA-advies niet dat mantelzorg essentieel is voor haar medische behandeling of dat zij niet zelfstandig kan functioneren. Eiseres heeft geen bewijs geleverd dat zij exclusief afhankelijk is van haar dochter. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare zaken wezenlijk anders waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van bijkomende afhankelijkheid.