ECLI:NL:RVS:2025:2748
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- C.J. Borman
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende motivering afhankelijkheid
Betrokkene, een Syrische man met ernstige lichamelijke handicaps die volledige zorg nodig heeft, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij zijn in Nederland verblijvende zus, de referent. De minister wees het verzoek af omdat zij meende dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestonden die een gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een motiveringsgebrek en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister stelde in het nieuwe besluit opnieuw dat er geen bijkomende afhankelijkheid was, onder meer omdat betrokkene en referent sinds 2015 geen contact hadden en de zorg was overgedragen aan een broer.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de ernstige handicaps van betrokkene, de gedwongen scheiding door de vlucht, het herstel van contact in 2019, en het ontbreken van een realistisch zorgalternatief in Soedan. Ook is de verslechterde veiligheidssituatie in Soedan onvoldoende betrokken in de beoordeling. Daarom wordt het besluit vernietigd en moet de minister een nieuw besluit nemen met volledige motivering en individuele belangenafweging.
Uitkomst: Het besluit van 26 maart 2024 wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met volledige motivering.