ECLI:NL:RBDHA:2026:7519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt nadere beslistermijn vast wegens niet tijdig besluit gezinshereniging
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op een aanvraag tot het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf voor gezinshereniging. De aanvraag werd ingediend op 16 april 2024, waarna de minister de beslistermijn met drie maanden verlengde, maar alsnog niet binnen de termijn besloot.
De rechtbank constateert dat de minister op 16 december 2024 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep op 22 oktober 2025 tijdig is ingediend. Gelet op de aard van de zaak en jurisprudentie acht de rechtbank een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van acht weken op met een dwangsom bij overschrijding.