ECLI:NL:RBDHA:2026:7434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvragen gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op aanvragen tot het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf aan zijn familieleden in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, een besluit genomen. Hierdoor is het beroep tijdig en gegrond verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de minister de ontvangst van de aanvragen wel heeft bevestigd, maar verder geen inhoudelijke beslissing heeft genomen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 1 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.