Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken zonder besluit en dat het beroep tijdig is ingesteld na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder bepaalt de rechtbank dat de minister een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst het verzoek van eiser af om een reeds verbeurde bestuurlijke dwangsom vast te stellen vanwege de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving. Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.