Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7325

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
NL25.487
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 ProcedurerichtlijnArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling correct is gedaan. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft nog geen besluit genomen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op om zo snel mogelijk, maar uiterlijk 14 maart 2026, een besluit te nemen. Er is geen bestuurlijke dwangsom verbeurd, maar de rechter legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval verweerder niet binnen de gestelde termijn beslist.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en wettelijke bepalingen omtrent het niet tijdig beslissen en de toepasselijke dwangsomregeling.

Uitkomst: De rechtbank draagt de minister op uiterlijk 14 maart 2026 te beslissen op de asielaanvraag en legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.487
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. P.J. Schüller),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Belanghebbende heeft beroep ingesteld.
Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak.
Is de beslistermijn overschreden?
( x ) Ja, dit is tussen partijen niet in geschil.
( ) Ja, verweerders standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van 11 november 2025. [2]
( ) Nee.
Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?
( x ) Ja.
( ) Nee.
( ) Een ingebrekestelling is in dit geval niet vereist. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling [3] van 8 maart 2019. [4]
Is het beroep gegrond?
( x ) Ja.
( ) Nee. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Is er een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
( ) Ja.
( ) De rechtbank heeft in een eerder beroep al beslist op de bestuurlijke dwangsom.
( x ) Nee.
Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen?
( ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. [5] Het nader gehoor is nog niet afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog zestien weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.
( ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. [6] Het nader gehoor is al afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog acht weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.
( ) De rechtbank stelt vast dat verweerder in het verleden uitdrukkelijk is opgedragen te beslissen op de aanvraag van belanghebbende, maar dat nog steeds niet heeft gedaan. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die daaraan sedertdien in de weg hebben gestaan. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans de standaardtermijn van twee weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.
( ) De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag van belanghebbende te beslissen, maar uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak. De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. [7]
( x ) De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden, zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn op 14 maart 2026 verstrijkt. Daarom ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding om een termijn vast te stellen die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. [8] De rechtbank draagt verweerder op om zo snel mogelijk, maar
uiterlijk 14 maart 2026te beslissen op de asielaanvraag van belanghebbende.
Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?( x ) € 100,-, met een maximum van € 15.000,-.
( ) € 250,-, met een maximum van € 37.500,-.
Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?
( x ) Ja.
( ) Nee.
Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?De volgende proceskosten worden toegekend:
( x ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5.
( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5.
( ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1.
( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1.

Beslissing

De rechtbank:
( ) verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
( x ) verklaart het beroep gegrond;
( x ) draagt verweerder op
zo snel mogelijk, maar uiterlijk 14 maart 2026een besluit bekend te maken;
( x ) bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van
( x ) € 100,- ( ) € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van ( x ) € 15.000,- ( ) € 37.500,-.
( x ) veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van
( x ) € 467,- ( ) € 700,50 ( ) € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter,
in aanwezigheid van mr. S. Özçelik, griffier.

Bijlage

Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [9] Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [10]
Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Verweerder is geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Voor de motivering van dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2022. [11] Als de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vw geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd.
Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. [12] Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. [13]
De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. [14]
De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden. [15] Dit is de rechterlijke dwangsom. Daarbij past de rechtbank het landelijke beleid toe. [16] Voor de dwangsomtermijn wordt uitgegaan van een termijn van 150 dagen voor verweerder om alsnog een besluit te nemen. De rechtbank legt in beginsel een dwangsom op van € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-. In geval van bijzondere omstandigheden kan van dit beleid worden afgeweken. Indien een sterke prikkel nodig is, wordt de dwangsom bepaald op € 250,- per dag, met een maximum van € 37.500,-.
Voor zover verweerder verzoekt om de dwangsom te verlagen, volgt de rechtbank hem hierin niet. De rechter kan dit doen als sprake is van bijzondere omstandigheden. Feitelijk gezien vraagt de verweerder om in alle zaken waarin hij werkt volgens het fifo-principe een lagere dwangsom toe te kennen. Dit zijn geen bijzondere omstandigheden, maar omstandigheden die algemeen van aard zijn en in feite gelden voor elke zaak. De rechtbank stelt daarom de hoogte van de dwangsom in deze zaak vast op een bedrag van zoals dat is opgenomen in het dictum.
Als het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat verweerder het griffierecht moet vergoeden als belanghebbende dat heeft betaald. [17] Als belanghebbende is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. [18] De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeu
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
10.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
12.Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
13.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
14.Uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1560.
15.Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
16.Gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
17.Artikel 8:74, eerste lid, van de Awb.
18.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.