ECLI:NL:RBDHA:2026:686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag gezinshereniging
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Hierdoor is de minister in gebreke gesteld en is het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit. De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €467. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsommen op aan de minister.