Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder beëindigde deze bescherming per 4 maart 2024 en legde een terugkeerbesluit op. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld en dat hij rechtmatig verblijf had vanwege een voorlopige voorziening en bevriezingsmaatregel.
De rechtbank oordeelt dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag worden beëindigd dan die van Oekraïners, mits niet vóór 4 maart 2024. Het vervangende terugkeerbesluit van 7 augustus 2025 is niet prematuur en voldoet aan de Terugkeerrichtlijn. De bevriezingsmaatregel geldt niet als rechtmatig verblijf. Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag is ingetrokken en staat daarmee vast.
De rechtbank ziet geen strijd met het non-refoulementbeginsel en verklaart het beroep ongegrond. Het oorspronkelijke terugkeerbesluit was eveneens niet prematuur. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Het terugkeerbesluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.