Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, hierna: de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
De vreemdelingen wonen in [plaats 1] . Deze plaats wordt ook wel ' [plaats 2] ' genoemd omdat 70% van de in Noorwegen woonachtige Pakistanen uit [plaats 1] afkomstig zijn.’. [6] Op de zitting heeft referent aangegeven dat hij beledigd is door deze redenering. Het doet hem vermoeden dat zijn familie niet welkom is, vanwege de plaats waar zij vandaan komen. De rechtbank herinnert de minister eraan dat hij iedere aanvraag op de persoonlijke merites van de aanvrager dient te beoordelen en het hem is verboden daarbij negatieve stereotyperingen op basis van afkomst te betrekken, waartegen iemand zich niet kan verweren. Het past de minister niet om met dergelijke aannames te werken. [7]