ECLI:NL:RVS:2022:1137
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag over 2018 ondanks bezwaar over inkomen medebewoner
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen de definitieve vaststelling van haar huurtoeslag over 2018 ongegrond verklaarde. De Belastingdienst/Toeslagen had het recht op huurtoeslag vastgesteld op € 1.246,00 en € 2.840,00 aan teveel betaalde voorschotten teruggevorderd, omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen van appellante, haar partner en haar dochter boven de inkomensgrens lag voor de periode januari tot en met juli 2018.
Appellante betwistte dat het jaarinkomen van haar dochter over het hele jaar 2018 mocht worden meegenomen bij de berekening van het recht op huurtoeslag, aangezien haar dochter op 17 juli 2018 was vertrokken. Tevens stelde zij dat de Belastingdienst het besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat de terugvordering onevenredig was gezien haar financiële situatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de motiveringsgebreken terecht waren gepasseerd omdat de uitkomst van het besluit niet anders zou zijn geweest bij correcte toepassing van het inkomen van de dochter. De wetgeving schrijft voor dat het toetsingsinkomen over het hele jaar wordt meegenomen en dat wijzigingen na de eerste dag van een maand pas in de volgende maand worden verwerkt. De 10%-regeling, die afwijking mogelijk maakt, was niet van toepassing omdat het verschil tussen het vastgestelde en herleide toetsingsinkomen minder dan 10% bedroeg.
Verder werd geoordeeld dat de financiële situatie van appellante geen reden gaf tot matiging van de terugvordering, maar dat zij wel een betalingsregeling kon aanvragen. Het bezwaar over het niet horen in bezwaar werd verworpen omdat het bezwaar geen aanleiding kon geven tot een ander besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.