ECLI:NL:RBDHA:2026:6242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit gezinshereniging; termijn en dwangsom opgelegd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft geen besluit genomen binnen de wettelijke beslistermijn, ondanks een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De minister moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor overschrijding van deze termijn. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier J. de Winter op 19 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.