ECLI:NL:RBDHA:2026:6238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat de termijn is verstreken zonder besluit en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de aard van de zaak en jurisprudentie wordt een termijn van acht weken opgelegd waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €467. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 17 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.