ECLI:NL:RBDHA:2026:6219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf met het verblijfsdoel gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank wijst het verzoek tot vaststelling van een bestuurlijke dwangsom af vanwege de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 17 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.