De materiële ontvankelijkheid van de vorderingen
De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de toelichting op de vorderingen en de hoogte van de gevorderde bedragen, niet maken dat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdediging voldoende tijd heeft gehad om tegen de vorderingen verweer te voeren. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de vorderingen van de benadeelde partijen om deze reden niet-ontvankelijk te verklaren.
7.3.2De vordering van de benadeelde partij [handhaver 2]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit. Een onderbouwing van het lichamelijke alsmede het psychische letsel is overgelegd. Daaruit blijkt onder meer dat [handhaver 2] ten gevolge van het bewezen verklaarde feit last heeft gehad van licht traumatisch hoofd- hersenletsel en (opleving van) PTSS-klachten. Ook blijkt daaruit dat zij in dat verband ergotherapie heeft gevolgd en in behandeling is geweest bij een GZ-psycholoog. De benadeelde is als gevolg van het incident langdurig ziek gemeld op haar werk. Zij is pas ruim een jaar na het incident weer volledig beter gemeld op het werk.
Materiële schade
Namens de benadeelde partij [handhaver 2] zijn de navolgende materiële schadeposten ingediend, met daarbij de onderstaande, verzochte ingangsdata van de wettelijke rente per schadepost.
- (i) Zelfredzaamheid € 930,00, per d.d. 1 januari 2023;
- (ii) Huishoudelijke hulp € 7.905,40, per d.d. 26 januari 2023;
- (iii) Verzorging kinderen € 6.671,52, per d.d. 26 januari 2023;
- (iv) Zelfwerkzaamheid € 250,-, per d.d. 1 december 2022;
- (v) Gemist voordeel € 733,42, per d.d. 25 oktober 2022.
De rechtbank is van oordeel dat de materiële schadeposten (i) zelfredzaamheid, (iii) verzorging kinderen, en (iv) zelfwerkzaamheid namens de verdachte onvoldoende zijn betwist, en namens de benadeelde partij voldoende zijn onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij deze schade rechtstreeks heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de navolgende materiële schadeposten het volgende.
(ii) Huishoudelijke hulp
De rechtbank overweegt dat vaste rechtspraak is dat in geval van letselschade de kosten van huishoudelijke hulp door de aansprakelijke persoon aan de benadeelde moeten worden vergoed indien deze ten gevolge van het letsel niet langer in staat is de desbetreffende werkzaamheden zelf te verrichten, voor zover het gaat om werkzaamheden waarvan het in de situatie waarin het slachtoffer verkeert normaal en gebruikelijk is dat zij worden verricht door professionele, voor hun diensten gehonoreerde hulpverleners. Dit is niet anders indien die werkzaamheden in feite worden verricht door personen die daarvoor geen kosten in rekening (kunnen) brengen (vgl. HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9998, HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590 en HR 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:853). Anders dan de verdediging heeft bepleit, bestaat naar het oordeel van de rechtbank een causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en het gevolg dat de benadeelde hierdoor huishoudelijke hulp nodig heeft gehad. Uit de arbeidskundigerapportage van [naam] blijken immers de door haar ondervonden beperkingen als gevolg van het bewezen verklaarde feit en de daaraan gerelateerde uitval in het huishouden.
In het onderhavige geval gaat het om werkzaamheden als de verzorging van [handhaver 2] en haar kinderen. De huishoudelijke hulp werd verricht door haar schoonmoeder en haar partner. Deze hulp had betrekking op koken, het doen van de was, boodschappen en het verschonen van bedden en de kamer waarin [handhaver 2] verbleef. Ook heeft [handhaver 2] hulp nodig gehad bij huishoudelijke taken zoals het op orde maken van de tuin en vuil ruimen. Voor dergelijke werkzaamheden geldt dat het normaal en gebruikelijk is om daarvoor betaalde huishoudelijke hulp in te schakelen. Anders dan de verdediging heeft bepleit gaat de Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp daarbij niet uit van een periode van maximaal 3 maanden.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vordering met betrekking tot de kosten van huishoudelijke hulp voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.
(v) Gemist voordeel
De rechtbank acht de schadepost die ziet op het gemist voordeel onvoldoende onderbouwd. Uit de vordering blijkt dat [handhaver 2] voor de periode van september 2022 tot en met november 2022 facturen van 4Kids heeft moeten betalen in verband met de kinderopvang, zonder dat zij gebruik heeft kunnen maken van die diensten. Uit de onderbouwing daarvan blijkt echter niet om welke reden geen gebruik gemaakt is van die diensten. Daarom kan onvoldoende worden vastgesteld om welke reden de (tevergeefs) gemaakte kosten hun doel hebben gemist.
De rechtbank zal het gedeelte van de vordering dat ziet op gemist voordeel niet-ontvankelijk verklaren, nu dit deel namens de verdachte is betwist en namens de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd.
Toe te wijzen materiële schadebedrag
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering ten aanzien van de materiële schade toewijzen tot een bedrag van € 15.756,92.
Immateriële schade
Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd en gelet op immateriële schadevergoedingen die in soortgelijke zaken zijn toegewezen, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 2.000,- . De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige afwijzen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente wat betreft de materiële schade toewijzen, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente wat betreft de immateriële schade toewijzen met ingang van 12 augustus 2022, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten op basis van het ‘Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven’ op € 1.306,- (gebaseerd op 2 punten in een zaak met een geldswaarde van € 10.000 tot € 20.000,-). Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor het bewezen verklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 17.756,92, bestaande uit € 15.756,92 materiële schade en € 2.000,- immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover zoals hierboven is bepaald, ten behoeve van [handhaver 2] .
7.3.2De vordering van de benadeelde partij [handhaver 1]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit. Daaruit blijkt onder meer dat [handhaver 1] ten gevolge van het bewezen verklaarde feit een kras in zijn nek, een schaafwond aan zijn beide ellebogen en een wond aan zijn linkerhand heeft opgelopen en last heeft gehad van angstklachten, hoofdpijn en duizeligheid. De benadeelde heeft zes weken volledig thuis gezeten als gevolg van het incident.
Immateriële schade
Nu [handhaver 1] (beperkt) lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het bewezen verklaarde feit, heeft hij recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde het door hem gestelde psychische letsel niet met voldoende concrete gegevens onderbouwd, zodat de rechtbank daarmee geen rekening zal houden bij het vaststellen van de immateriële schadevergoeding. De aard en ernst van de normschending zijn in dit geval ook niet zodanig dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op zijn vordering is aangevoerd en gelet op immateriële schadevergoedingen die in soortgelijke zaken zijn toegewezen, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 700,- . De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige afwijzen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente wat betreft de immateriële schade toewijzen met ingang van 12 augustus 2022, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten op basis van het ‘Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven’ op € 831,- (gebaseerd op 1,5 punt zoals gevorderd in een zaak met een geldswaarde van beneden € 10.000,-). Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor het bewezen verklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan hem is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 700, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 12 augustus 2022 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [handhaver 1] .