ECLI:NL:RBDHA:2026:5237
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging termijn en dwangsom
Eiseres heeft namens zichzelf en haar minderjarige kinderen beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging.
De aanvraag werd ingediend op 2 december 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 2 juni 2025 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde verweerder op 5 november 2025 rechtsgeldig in gebreke en diende op 12 januari 2026 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van 16 weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden en wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen 16 weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.