ECLI:NL:RBDHA:2026:5234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft namens zichzelf en zijn broertjes beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent.
De rechtbank stelt vast dat de minister van Asiel en Migratie de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. De ingebrekestelling van 20 november 2025 en het tijdig ingestelde beroep op 9 januari 2026 maken het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie voor de motivering van de langere beslistermijn bij gezinshereniging en bevestigt het toepasselijke wettelijke kader.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.