Eiser, met de Bengalese nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor studie in Nederland die is ingetrokken. Verweerder legde een terugkeerbesluit op en signaleerde eiser in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Eiser betwistte dit en voerde aan rechtmatig verblijf te hebben in Portugal, wat volgens hem de signalering onterecht maakt.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet heeft aangetoond dat hij rechtmatig verblijf heeft in Portugal. Eiser gaf toe dat zijn eerdere stelling hierover onjuist was en dat zijn aanvraag in Portugal was afgewezen. De rechtbank oordeelde dat verweerder daarom terecht het terugkeerbesluit heeft genomen en de signalering in het SIS heeft uitgevoerd.
Eiser voerde ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel en stelde dat hij onterecht niet is gehoord in bezwaar. De rechtbank verwierp deze gronden omdat ze niet tijdig en onvoldoende onderbouwd waren. Bovendien was het niet horen gerechtvaardigd omdat geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra en griffier I.G.A. Karregat.