ECLI:NL:RVS:2025:1075
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtspositie en terugkeerbesluit vreemdeling met verblijf in Portugal
De zaak betreft een vreemdeling die na intrekking van zijn verblijfsvergunning in Nederland is opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en in het Schengeninformatiesysteem (SIS) is gesignaleerd. De vreemdeling betwistte het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, mede omdat hij naar Portugal was verhuisd en daar een arbeidscontract en inschrijving had.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister nader onderzoek moest doen naar een mogelijke formele gedoogstatus of andere verblijfsvergunning in Portugal. De minister stelde echter dat de vreemdeling geen geldig verblijfsdocument van Portugal had overgelegd en dat een gedoogstatus geen wettelijk verblijfsrecht inhoudt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat nader onderzoek verplicht was. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk. De Afdeling bevestigt dat de minister geen evenredigheidstoets hoeft toe te passen bij verwijdering van een SIS-signalering en dat de minister terecht heeft afgezien van het horen van de vreemdeling in bezwaar.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.