Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in het vierde vervolgberoep van een Ghanese vreemdeling tegen de maatregel van bewaring die op 30 juli 2025 is opgelegd. De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vreemdeling onvoldoende voortvarendheid van de overheid in zijn uitzettingsprocedure aanvoert, en dat de informatie in het door de overheid overgelegde inlichtingenformulier niet actueel is. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat er voldoende zicht op uitzetting naar Ghana bestaat, en dat de vreemdeling niet actief meewerkt aan zijn uitzetting. De rechtbank heeft ook overwogen dat de maatregel van bewaring nog niet langer dan zes maanden duurt, en dat in deze periode het belang van de overheid om de maatregel voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling op vrijlating. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.