Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:23051

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
NL25.58750
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens gebrek aan medewerking

Eiser, een Ghanese vreemdeling, is sinds 30 juli 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk afgedaan zonder zitting.

De rechtbank overweegt dat zij eerder het voortduren van de maatregel tot 30 oktober 2025 rechtmatig heeft bevonden. De beoordeling richt zich nu op de periode na die datum. Eiser weigert mee te werken aan een presentatie bij de Ghanese autoriteiten, noodzakelijk voor het verkrijgen van een laissez-passer (lp) om uitgezet te kunnen worden. Hierdoor ontbreekt zicht op uitzetting.

De rechtbank stelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, aangezien de aanvraag voor het lp bij de Ghanese autoriteiten sinds juni 2025 loopt. Eiser heeft niet voldaan aan zijn verplichting tot volledige medewerking, onder meer door niet te verschijnen bij de presentatie en geen actie te ondernemen voor het verkrijgen van documenten. Dit komt voor zijn eigen risico. Daarom is het voortduren van de maatregel gerechtvaardigd en redelijk.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58750

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. D. Schaap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 8 december 2025 gesloten. [2]

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1981 en de Ghanese nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 augustus 2025. [3] Vervolgens zijn er vervolgberoepen ingesteld. [4] Uit de laatste uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 30 oktober 2025 [5] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 30 oktober 2025, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds de sluiting van voornoemd onderzoek op 30 oktober 2025.
4. Eiser voert aan dat hij niet meewerkt aan een presentatie bij de Ghanese autoriteiten. Zonder een presentatie bij de autoriteiten kan geen lp [6] worden afgegeven, waardoor eiser niet kan worden uitgezet naar Ghana. Nu uitzetting niet mogelijk is zonder een lp, ontbreekt het zicht op uitzetting. Gelet op het vorenstaande is het niet langer gerechtvaardigd dan wel redelijk om de maatregel van bewaring voort te zetten.
5. De rechtbank overweegt allereerst dat er in zijn algemeenheid zicht op uitzetting naar Ghana bestaat. [7] Uit het voortgangsrapport blijkt dat verweerder op 23 juni 2025 een aanvraag voor een lp heeft opgestart bij de Ghanese autoriteiten. Deze aanvraag loopt nog steeds. De rechtbank wijst er in dit verband op dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting en zijn lp-traject. Uit het dossier volgt dat eiser niet is verschenen voor zijn presentatie bij de Ghanese autoriteiten op 8 oktober 2025. Verder heeft eiser tijdens zijn vertrekgesprek van 10 november 2025 verklaard geen enkele actie te hebben ondernomen om aan documenten te komen om zijn nationaliteit en identiteit aan te tonen. Ook is niet gebleken van enige aanknopingspunten die erop wijzen dat voor eiser bij volledige medewerking geen lp zal worden afgegeven door de Ghanese autoriteiten. Dat eiser weigert mee te werken aan de presentatie, en daarmee zijn uitzetting, komt voor eisers eigen rekening en risico. De rechtbank volgt eiser daarom niet in zijn standpunt dat het niet langer gerechtvaardigd dan wel redelijk is om de maatregel van bewaring voort te zetten. Het is de rechtbank namelijk niet gebleken dat uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. De beroepsgrond slaagt niet.
6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 4 december 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.
4.Zie uitspraken van 25 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17631, en 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19995.
6.Laissez-passer.
7.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:824.