ECLI:NL:RVS:2025:824
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State in hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 11 december 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 3 maart 2025 dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en nam de motivering van de rechtbank over.
De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.