ECLI:NL:RBDHA:2026:4762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling en toekenning bijstand als geldlening afgewezen
Eiser diende twee bijstandsaanvragen in: een op 19 september 2021 en een op 22 februari 2022. De aanvraag van februari 2022 werd buiten behandeling gesteld, waartegen eiser beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij dit beroep, omdat het college al met terugwerkende kracht bijstand heeft toegekend over de periode van september 2021 tot juli 2022.
De toekenning van bijstand over deze periode geschiedde in de vorm van een geldlening vanwege een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Dit werd onderbouwd met het feit dat eiser in de negen maanden voorafgaand aan de aanvraag een vermogen van ruim €58.000,- had besteed, waaronder een donatie van €20.000,-, terwijl hij door medische klachten niet kon werken.
Eiser voerde aan dat de bijstand ten onrechte als lening werd toegekend, maar de rechtbank oordeelt dat de uitgaven, met name de grote donatie, niet als verantwoord kunnen worden beschouwd. Het college heeft dit op goede gronden gedaan. Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de leningtoekenning wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep tegen buitenbehandelingstelling niet-ontvankelijk; beroep tegen bijstand als geldlening ongegrond.