ECLI:NL:RBDHA:2026:4550
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen beroepsgronden in visumkort verblijf zaak
Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de uitspraak van 6 augustus 2025, waarin haar beroep tegen de afwijzing van een visum kort verblijf niet-ontvankelijk werd verklaard. Opposante stelde dat de beroepsgronden tijdig waren geformuleerd en bood bewijs aan, maar diende deze niet binnen de termijn in.
De rechtbank heeft het verzet op 18 december 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van opposante aanwezig was en verweerder niet. De rechtbank beoordeelde of het eerdere oordeel over niet-ontvankelijkheid terecht was, zonder inhoudelijk op de beroepsgronden in te gaan.
De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig indienen van de beroepsgronden niet verschoonbaar was, ook niet gezien het bewijs van opposante. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden. De belangenafweging op grond van artikel 6:6 Awb Pro werd niet toegepast omdat het verzuim niet verschoonbaar was.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bleef in stand, en opposante kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig zijn ingediend, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring in stand blijft.