ECLI:NL:RVS:2022:1059
Raad van State
- Verzet
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep omgevingsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een hoger beroep van een opposant tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake de buitenbehandelingstelling van drie aanvragen om verlening van een omgevingsvergunning. De Afdeling bestuursrechtspraak had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn waren ingediend. De opposant had verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de zitting gaf de advocaat van de opposant aan dat er sprake was van uitzonderlijke omstandigheden, waaronder ernstige ziekte en overlijden in zijn familie en ziekte van zijn medewerkers, waardoor het niet tijdig indienen van de gronden verklaarbaar was. De Afdeling stelde vast dat het hoger beroep pro-forma was ingediend zonder gronden, waarna een termijn was gesteld om deze alsnog in te dienen. De overschrijding van deze termijn leidt normaal tot niet-ontvankelijkheid, maar gezien de bijzondere omstandigheden oordeelde de Afdeling dat de opposant niet in verzuim was.
De Afdeling verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond en de opposant krijgt een nieuwe termijn om de gronden van het hoger beroep in te dienen. Tevens worden de proceskosten van het verzet aan de opposant vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van menselijke maat en redelijkheid in de procesvoering, zeker bij bijzondere persoonlijke omstandigheden, en bevestigt dat formele termijnen onder bijzondere omstandigheden kunnen worden gematigd.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de opposant krijgt een nieuwe termijn om de gronden van het hoger beroep in te dienen.