ECLI:NL:RBDHA:2026:3851
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring rechtbank inzake terugkeerbesluit derdelander uit Oekraïne ongegrond verklaard
Opposant, een derdelander uit Oekraïne, stelde verzet in tegen een uitspraak van 4 september 2025 waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van zijn beroep tegen een terugkeerbesluit. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet gericht was tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat de brief van 15 juli 2025 slechts een informatiebrief was over het einde van de facultatieve tijdelijke bescherming en de bevriezingsmaatregel.
Opposant stelde dat de brief wel een besluit was met concrete rechtsgevolgen, maar de rechtbank verwierp dit en bevestigde dat het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 onherroepelijk is. Ook het beroep was te laat ingediend, en de termijnoverschrijding was niet verschoonbaar, mede omdat de gemachtigde van opposant professioneel was en op de hoogte had moeten zijn van de termijnen.
De rechtbank behandelde het verzet op zitting, ondanks afwezigheid van verweerder, en concludeerde dat de gronden van het verzet niet slaagden. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van de rechtbank is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.