ECLI:NL:RBDHA:2026:3699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 23 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 30 september 2024 al een asielaanvraag had ingediend. Bulgarije accepteerde het verzoek tot terugname.
Eiser stelde dat de situatie in Bulgarije volgens het AIDA-rapport 2024 verslechterd is en dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een onmenselijke behandeling kunnen veroorzaken, waarmee het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer zou gelden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het AIDA-rapport geen wezenlijk ander beeld schetst dan eerdere rapporten.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie, waaronder het arrest Jawo, waarin een hoge drempel wordt gesteld voor het doorbreken van het vertrouwensbeginsel. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling in Bulgarije. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 24 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije wordt ongegrond verklaard.