ECLI:NL:RBDHA:2026:3617
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
De minister van Asiel en Migratie legde op 22 december 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel eerder getoetst en verklaarde deze op 5 januari 2026 rechtmatig. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 30 december 2025 de maatregel nog rechtmatig was. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, omdat de minister al bijna twee maanden wacht op een laissez-passer (lp) en er geen concrete informatie is over de duur van het lp-traject. De rechtbank oordeelde dat zicht op uitzetting wel bestaat, omdat het lp-traject bij de Marokkaanse autoriteiten doorgaans meerdere maanden duurt, zeker als de vreemdeling geen identiteitsdocumenten overlegt. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt en er zijn geen aanwijzingen dat het lp-traject zal mislukken.
Daarnaast stelde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting. De rechtbank stelde vast dat de minister sinds het vorige onderzoek tweemaal heeft gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd. Dit is voldoende voortvarendheid. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig blijft en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft in stand.