Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
E.K. tegen Nederland [6] overwogen dat het afgeleide verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez niet langer als ‘uitsluitend om redenen van tijdelijke aard’ in de zin van de Richtlijn langdurig ingezetenen [7] heeft te gelden. Dit betekent dat een Chavez-Vilchez verblijfsrecht, net als een zelfstandig verblijfsrecht op grond van artikel 8 van Pro het EVRM, kan meetellen voor het verkrijgen van duurzaam, voortgezet verblijf in Nederland op grond van de Verblijfsrichtlijn. De rechtbank overweegt dan ook dat een regulier verblijfsrecht op grond van artikel 8 van Pro het EVRM niet langer als een sterker verblijfsrecht dan een Chavez-Vilchez verblijfsrecht kan worden aangemerkt en dat eiseres met een al dan niet ambtshalve omzetting naar een regulier verblijfsrecht niet in een gunstigere rechtspositie zal komen dan zij nu al heeft.
Conclusie en gevolgen
Gelet op het voorgaande moet de minister ook het door eiseres betaalde griffierecht van