ECLI:NL:RBDHA:2026:3092

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
NL25.13592 en NL25.33408
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awbartikel 17 Gezinsherenigingsrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier bij echtgenoot wegens niet voldoen aan mvv-vereiste en materiële voorwaarden

Eiseres, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij haar Nederlandse echtgenoot te verblijven. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet kon worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Tevens werd geconcludeerd dat eiseres niet voldeed aan de materiële vereisten, zoals het voeren van een gezamenlijke huishouding.

Eiseres voerde aan dat de hoorplicht was geschonden, dat bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder de medische situatie van haar echtgenoot, een vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigden, en dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro onvolledig was. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van bijzondere omstandigheden en dat de medische situatie niet was onderbouwd met recente stukken. Ook was niet aangetoond dat de echtgenoot niet door anderen verzorgd kon worden.

De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht had geconcludeerd dat eiseres niet voldeed aan de materiële vereisten, mede omdat zij zich niet kon inschrijven in de Basisregistratie Personen zonder verblijfsvergunning. De belangenafweging was zorgvuldig en rechtmatig, waarbij onder meer werd meegewogen dat eiseres nooit eerder rechtmatig in Nederland verbleef en dat haar banden met Turkije sterker zijn dan met Nederland.

Verder oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden omdat verweerder op voorhand kon concluderen dat de bezwaargronden niet tot een ander besluit zouden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning bij echtgenoot wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.13592 en NL25.33408
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)

(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.F. van der Gouw).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 12 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, [referent] (referent), de gemachtigde van eiseres, M. Haphap als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1973 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor verblijf bij haar echtgenoot, referent. Eiseres wil verblijf bij referent, omdat hij medische problemen heeft en zij aan hem mantelzorg verleent. Referent heeft de Nederlandse nationaliteit. Eiseres en referent zijn getrouwd in Turkije in september 2023.
2.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en niet is gebleken dat zij kan worden vrijgesteld van het mvv-vereiste.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Ten eerste voert eiseres aan dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden. Ten tweede heeft verweerder ten onrechte het mvv-vereiste tegengeworpen omdat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De gezondheidstoestand van referent gaat sterk achteruit. Het is onevenredig om vast te houden aan het mvv-vereiste omdat eiseres verder voldoet aan alle materiële voorwaarden voor een verblijfsvergunning. Ten slotte is de belangenafweging onder artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn en artikel 8 van Pro het EVRM onvolledig, omdat niet alle belangen zijn betrokken. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de aard en de hechtheid van de band tussen eiseres en referent, de duur van het verblijf van eiseres in Nederland, dat eiseres sterkere banden heeft met Nederland dan met Turkije.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder geeft de rechtbank aan hoe tot dit oordeel is gekomen.
Het mvv-vereiste en het Turks associatierecht
5. Uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat het toepassen van het mvv-vereiste bij aanvragen van Turkse onderdanen niet in strijd is met het Turks associatierecht, [1] zolang dat niet verder gaat dan noodzakelijk en het mogelijk is om rekening te houden met bijzondere individuele omstandigheden. Verweerder stelt een Turkse onderdaan vrij van het mvv-vereiste als de uitzetting in strijd is met het Associatierecht. Op grond van paragraaf B1/4.1 van de Vc wordt deze hardheidsclausule in ieder geval toegepast als aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ wordt voldaan, afgezien van het mvv-vereiste, en er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die tot de conclusie leiden dat het stellen van het mvv-vereiste onevenredig is.
Bijzondere, individuele omstandigheden
6. De hoogste bestuursrechter heeft in haar uitspraak van 29 maart 2019 uiteengezet hoe de toets aan bijzondere, individuele omstandigheden moet worden toegepast. [2] Verweerder dient bij die toets eerst uit te gaan van de veronderstelling dat aan alle materiële voorwaarden voor de vergunning wordt voldaan. Vervolgens moet verweerder toetsen of de aangevoerde bijzondere omstandigheden, in combinatie met het voldoen aan de voorwaarden, zouden leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste. Als dat het geval is, dan dient vervolgens te worden getoetst aan de inhoudelijke voorwaarden voor de vergunning. Hieruit volgt dat de bijzondere individuele omstandigheden niet al op zichzelf de hoge lat van de onevenredigheid behoeven te halen, maar slechts zwaarwegend genoeg moeten zijn om – in samenhang met de aanname dat wordt voldaan aan de voorwaarden – tot onevenredigheid te concluderen. De lat waaraan de bijzondere omstandigheden moeten voldoen ligt bij deze toets dus lager dan dat zij op zichzelf al moeten leiden tot onevenredigheid. Uit het arrest Yön volgt immers dat al deze omstandigheden in hun onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. Daarnaast volgt uit de uitspraak dat er geen beperking zit in welke bijzondere omstandigheden moeten worden betrokken. Dat kunnen bijvoorbeeld ook omstandigheden zijn die spelen in het land van herkomst.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft mogen tegenwerpen dat in het geval van eiseres niet is gebleken van bijzondere persoonlijke feiten en/of omstandigheden. Het feit dat eiseres en referent in Turkije met elkaar zijn getrouwd is hiertoe onvoldoende. Eiseres heeft de gestelde medische omstandigheden van referent niet aangetoond. Ook heeft eiseres niet onderbouwd dat zij vanwege die medische omstandigheden zorg draagt voor referent. De overgelegde stukken dateren van vijf jaar geleden, recente stukken zijn niet overgelegd. Verweerder heeft mogen concluderen dat ook niet is onderbouwd dat referent niet (tijdelijk) zorg van anderen kan ontvangen terwijl eiseres vanuit Turkije de aanvraag en beslissing op een aanvraag voor een mvv afwacht, dan wel dat het voor hem niet mogelijk is om mee te reizen met eiseres naar Turkije. Betoogd wordt dat voorheen de dochter van referent voor hem zorgde totdat zij ging trouwen, maar niet valt in te zien dat een van zijn vier andere volwassen kinderen geen zorg zou kunnen bieden.
Materiële vereisten
7. Verweerder heeft in het geval van eiseres getoetst of zij voldoet aan de materiële vereisten die gelden voor een verblijfsvergunning met als doel verblijf bij een familie- of gezinslid. Verweerder heeft geconcludeerd dat eiseres niet aan de materiële vereisten voldoet omdat niet gebleken is dat eiseres en referent een gezamenlijke huishouding voeren. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat zij de door verweerder gevraagde bewijsstukken niet kan overleggen, omdat zij zich zonder verblijfsvergunning niet in de BRP [3] kan inschrijven. De rechtbank is van oordeel dat, wat hier ook van zij, verweerder gelet op het volgende heeft mogen concluderen dat eiseres niet voldoet aan de materiële vereisten voor de verblijfsvergunning.
7.1.
In het kader van de beoordeling of eiseres aan de vereisten voor een verblijfsvergunning met als doel verblijf bij familie- of gezinslid voldoet, heeft verweerder ook een belangenafweging gemaakt. De rechtbank oordeelt dat verweerder hierbij alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en de belangenafweging in het nadeel van eiseres heeft kunnen laten uitvallen. Zo heeft verweerder in het nadeel van eiseres kunnen betrekken dat eiseres nooit eerder rechtmatig verblijf heeft gehad in Nederland. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat referent arbeidsongeschikt is en een beroep doet op de staatskas. Verder heeft verweerder mogen meewegen dat de banden van eiseres met Turkije sterker zijn dan haar banden met Nederland en dat niet is gebleken van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Turkije uit te oefenen. Eiseres heeft verder niet nader onderbouwd welke feiten en omstandigheden niet bij de belangenafweging zouden zijn betrokken en waarom deze feiten en omstandigheden tot een belangenafweging in haar voordeel zouden moeten leiden. De enkele, niet onderbouwde stelling van eiseres dat zij sterkere banden heeft met Nederland dan met Turkije, maakt het voorgaande niet anders.
7.2.
Verweerder heeft onder verwijzing naar de belangenafweging ook kunnen concluderen dat uitzetting van eiseres niet in strijd is met het recht op familieleven onder artikel 8 van Pro het EVRM. Verweerder heeft ook mogen concluderen dat de uitzetting niet in strijd is met het recht op privéleven onder artikel 8 van Pro het EVRM, omdat niet is gebleken van beschermwaardig privéleven, nu eiseres het grootste deel van haar leven in Turkije heeft verbleven en zij pas enkele maanden in Nederland is.
7.3.
Nu verweerder heeft kunnen concluderen dat eiseres niet voldoet aan de materiële vereisten die gelden voor de verblijfsvergunning met als doel verblijf bij familie- of gezinslid, is het stellen van een mvv-vereiste niet onevenredig met de voor eiseres nadelige gevolgen van het besluit en getuigt dit ook niet van onredelijke hardheid.
Hoorplicht
8. De rechtbank is van oordeel dat van schending van de hoorplicht in bezwaar geen sprake is. De hoogste bestuursrechter heeft overwogen dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de bezwaarschriftenprocedure en dat de vreemdeling in beginsel wordt gehoord. Verweerder mag slechts van horen afzien als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. [4] Verweerder heeft zich in dit geval in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat van een dergelijke twijfel geen sprake was. Eiseres heeft de gestelde medische situatie van referent en zijn afhankelijkheid van de zorg van eiseres niet aangetoond. De bezwaargronden bevatten enkel een herhaling van wat eiseres bij de aanvraag heeft aangevoerd. Er zijn geen verdere onderbouwende stukken aangeleverd. Verweerder kon op voorhand concluderen dat in bezwaar geen andere conclusie genomen zou worden dan in het primaire besluit al was gedaan. Een hoorzitting had deze conclusie niet anders gemaakt. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
10. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit [5] , wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Waaronder de uitspraken van de Afdeling van 1 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2935 en van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3171.
2.Uitspraak van de Afdeling van 29 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1001. Zie ook de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 18 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16963.
3.Basisregistratie Personen.
4.Uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.
5.Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Awb.