ECLI:NL:RBDHA:2026:2986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij in Nigeria werd beschuldigd van het financieel ondersteunen van de rebellengroep IBOP en daardoor vervolging vreesde. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas, met name omdat eiser geen documenten kon overleggen ter onderbouwing.
Eiser voerde aan dat hij een groot internationaal opererend autobedrijf had en dat hij door de oorlog in Oekraïne zijn documenten was kwijtgeraakt. Hij stelde dat het verkrijgen van documenten uit Nigeria onmogelijk was zonder persoonlijk bezoek aan een belastingkantoor. De rechtbank oordeelde dat van eiser verwacht mocht worden dat hij pogingen onderneemt om documenten te verkrijgen, ook via derden.
De rechtbank zag geen reden om de behandeling aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen over geloofwaardigheidsbeoordeling. De minister had terecht geoordeeld dat het ontbreken van documenten en de onsamenhangendheid van het relaas de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook de medische omstandigheden van eiser boden geen grond voor bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om aanhouding af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Janssen op 28 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas.