ECLI:NL:RBDHA:2026:21230
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending hoorplicht bij afwijzing visum kort verblijf
Eiseres, een gepensioneerde vrouw uit Iran met twee meerderjarige kinderen, verzocht om een visum kort verblijf om haar oudste zoon in Nederland te bezoeken. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af vanwege twijfel over haar terugkeer naar Iran, waarbij onvoldoende economische en sociale binding werd vastgesteld.
Eiseres maakte bezwaar, maar de minister verklaarde dit bezwaar kennelijk ongegrond zonder een hoorzitting te houden. De rechtbank oordeelt dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de procedure en dat de minister ten onrechte heeft afgezien van een hoorzitting. Eiseres had voldoende inspanningen geleverd om haar binding met Iran aan te tonen, onder meer door het overleggen van financiële documenten en het aangeven van zorg voor haar hulpbehoevende moeder.
De rechtbank stelt vast dat de minister door het ontbreken van een hoorzitting onvoldoende informatie kon verkrijgen en dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond verklaard had mogen worden. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt de minister opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres in de gelegenheid wordt gesteld te worden gehoord.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het besluit wordt vernietigd en de minister moet een nieuwe beslissing met hoorzitting nemen.