Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Afghaanse man geboren in 2002, diende op 11 februari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat België verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. België had het verzoek tot terugname van eiser geaccepteerd.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor België vanwege eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en de problematische opvangsituatie voor alleenstaande, niet-kwetsbare mannen. Hij stelde dat België geen effectieve opvang en rechtsmiddelen biedt, waardoor terugkeer onaanvaardbaar is.
De rechtbank oordeelde dat eiser als opvolgende asielaanvrager terugkeert naar België, waar hij reeds twee asielprocedures doorliep zonder vergunning. Uit recente landeninformatie en een brief van Belgische autoriteiten blijkt dat opvolgende aanvragers niet structureel van opvang worden uitgesloten en dat rechtsmiddelen beschikbaar zijn. De tekortkomingen die de Afdeling eerder constateerde voor alleenstaande mannen gelden niet voor opvolgende aanvragers.
Daarom is het interstatelijk vertrouwensbeginsel hier van toepassing en is het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat België verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is.