ECLI:NL:RVS:2024:1050
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks opvangproblemen in België
De vreemdeling, met de Chinese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij België als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De vreemdeling stelde dat zij in België was uitgeprocedeerd en dat zij na overdracht een opvolgende aanvraag zou moeten indienen, waarbij België geen opvang verleent tijdens de registratieperiode. Zij verwees naar het AIDA-rapport van april 2023 om haar standpunt te onderbouwen.
De Raad van State oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast mag worden en dat het ontbreken van opvang tijdens de opvolgende aanvraagperiode niet leidt tot een reëel risico op ernstige materiële ontbering. De Afdeling concludeerde dat de opvangvoorzieningen en rechtsmiddelen in België voldoende zijn en dat er geen sprake is van een systeemfout.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.