ECLI:NL:RBDHA:2026:20224
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging Dublinbesluit wegens onvoldoende belangenafweging minderjarige kinderen
Eisers, een Turks gezin met drie minderjarige kinderen, dienden asielaanvragen in Nederland in nadat zij eerder in Kroatië internationale bescherming hadden gevraagd. De minister weigerde de aanvragen in behandeling te nemen en wilde hen terugsturen naar Kroatië op basis van de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij bij terugkeer naar Kroatië een reëel risico liepen op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De ervaringen van eisers bij binnenkomst in Kroatië betroffen een andere situatie dan de situatie na overdracht als Dublinclaimanten. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel bleef daarom van toepassing.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de minister de belangen van de minderjarige kinderen onvoldoende had geïnventariseerd en niet kenbaar had meegewogen in het besluit. De kinderen waren niet gehoord en er ontbrak een concrete motivering over hun belangen, terwijl het belang van het kind volgens het EU-Handvest en het Kinderrechtenverdrag voorop moet staan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en bepaalde dat eisers in de nationale asielprocedure moeten worden opgenomen. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en eisers worden opgenomen in de nationale asielprocedure wegens onvoldoende belangenafweging van de minderjarige kinderen.