ECLI:NL:RVS:2025:3900
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- C.C.W. Lange
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Toetsing verplichtingen minister bij horen begeleide minderjarige vreemdelingen binnen Dublinprocedure
Deze uitspraak behandelt de vraag of de minister op grond van het EU Handvest en het Kinderrechtenverdrag verplicht is begeleide minderjarige vreemdelingen binnen de Dublinprocedure altijd rechtstreeks te horen en hoe de belangen van deze kinderen moeten worden meegewogen bij toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De Afdeling oordeelt dat er geen absolute verplichting bestaat tot rechtstreeks horen, maar wel een verplichting om passende maatregelen te treffen zodat minderjarige vreemdelingen die hun mening kunnen vormen, deze vrijelijk kunnen uiten. De huidige werkwijze van de minister, waarin kinderen tussen twaalf en vijftien jaar in principe niet rechtstreeks worden gehoord en het aan ouders wordt overgelaten hun belangen te behartigen, voldoet niet volledig aan deze verplichting, omdat onvoldoende is gewaarborgd dat kinderen op de hoogte zijn van de mogelijkheid om rechtstreeks gehoord te worden.
Daarnaast bevestigt de Afdeling dat de minister bij de belangenafweging in het kader van artikel 17 Dublinverordening Pro een ruime discretionaire bevoegdheid heeft en dat het belang van het kind een eerste overweging vormt, maar dat het aan de minister is hoe zij dit belang meeweegt. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de minister haar besluit onzorgvuldig heeft voorbereid en moet zorgen voor aanpassing van haar werkwijze.
Uitkomst: Hoger beroep minister ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd; minister moet werkwijze aanpassen en proceskosten vergoeden.