ECLI:NL:RBDHA:2026:2015
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging nadere beslistermijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en minderjarige kinderen in het kader van gezinshereniging. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 5 september 2024 en verweerder had uiterlijk 4 maart 2025 moeten beslissen, na verlenging van de beslistermijn met drie maanden. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en rechtsgeldig in gebreke is gesteld op 8 april 2025, is het beroep tijdig ingediend en kennelijk gegrond.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €467 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.