ECLI:NL:RBDHA:2026:20016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ingangsdatum verblijfsvergunning studie wegens verblijfsgat
Eiseres, met Turkse nationaliteit, had eerder een verblijfsvergunning voor studie en een zoekjaar hoger opgeleiden. De universiteit diende op 3 juli 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning studie met ingang van 1 september 2024. Verweerder verleende deze vergunning met die ingangsdatum, maar wees het bezwaar van eiseres tegen deze datum af vanwege een verblijfsgat van drie dagen.
Eiseres stelde dat zij al aan de voorwaarden voldeed bij inschrijving en dat de vergunning eerder had moeten ingaan. Zij voerde ook het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en schending van de hoorplicht aan. Verweerder stelde dat de startdatum van de studie 1 september was en dat er geen reden was om de vergunning eerder te laten ingaan.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning conform de aanvraag was verleend en dat de wet geen ruimte liet voor een eerdere ingangsdatum. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare zaak een andere studie betrof met een andere startdatum. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning studie wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.