Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
– met het overleggen van een verklaring afronding studie – heeft aangetoond aan alle voorwaarden te voldoen, heeft verweerder terecht de vergunning verleend met ingang van 7 maart 2025. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat deze latere ingangsdatum van de verblijfsvergunning aan eiser zelf te wijten is. Eiser heeft namelijk bij brief van 15 november 2024 verklaard dat hij een betaalachterstand had en daardoor de kosten voor de verwerking van zijn diploma niet kon betalen. Dat de vertraging in het aanleveren van de verklaring afronding studie aan de universiteit te wijten is volgt de rechtbank daarom niet. Verweerder heeft terecht gesteld dat het eisers eigen verantwoordelijkheid is om zijn financiën op orde te hebben en tijdig aan deze verplichting te voldoen. Dat verweerder de verstrekkende gevolgen van het verblijfsgat voor eiser onvoldoende heeft betrokken en het besluit onzorgvuldig heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd volgt de rechtbank gelet op het voorgaande evenmin.