Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
C. Holmond, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 17 juli 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. De minister had de aanvraag afgewezen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat de minister het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor zijn klachten.
De rechtbank stelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België, ondanks eerdere jurisprudentie die twijfels uitte over de opvangcapaciteit. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat er voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen zoals eiser een (nood)opvangplaats beschikbaar is, mede door het bestaan van 2.000 humanitaire opvangplaatsen en een daling van de wachtlijst.
Eiser voerde aan dat overdracht onevenredig hard zou zijn vanwege zijn medische situatie en verwees naar arresten van het HvJEU, maar de rechtbank vindt dat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar België. De rechtbank wijst proceskosten toe aan de minister.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser moet worden overgedragen aan België.