ECLI:NL:RBDHA:2026:19338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit mvv nareis aanvraag en oplegging dwangsommen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling toegekend wegens betalingsonmacht.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. De ingebrekestelling is rechtsgeldig gedaan en het beroep is tijdig ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd met een maximum van €15.000. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling van deze sommen en de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. de Danschutter en openbaar gemaakt op 10 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd, en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskosten.