Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
mogelijkefeitelijke werkgevers te vermelden met als doel het voorkomen van een nieuwe aanvraag mocht na aanvang van de werkzaamheden blijken dat er geen match is tussen de werkgever en de vreemdeling. Telkens als de vreemdeling gaat werken bij een nieuwe (feitelijke) werkgever dient door de werkgever een nieuwe aanvraag te worden ingediend zodat opnieuw een arbeidsmarkttoets kan plaatsvinden.
Hoewel er sprake lijkt te zijn geweest van een vaste gedragslijn in het verleden, is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken van ‘consistent en doordacht bestuursbeleid’. Uit de verklaring van verweerder blijkt immers dat er sprake is geweest van een omissie, die nu is hersteld. Het UWV heeft er in het verleden dus niet
welbewustgekozen om te vragen naar de feitelijke werkgever(s). Op het aanvraagformulier wordt nu echter wel gevraagd naar de gegevens van de werkgever en de standplaats van de vreemdeling. De rechtbank is van oordeel dat het belang van het doel van de WAV zwaarder weegt dan het gerechtvaardigd vertrouwen van eiseres. Gelet hierop slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel niet.