ECLI:NL:RBDHA:2026:18876

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2613063:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 1 juli 2026, waarbij ook schuldhulpverleners en een beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.

De rechtbank beoordeelt dat verzoekster zich in een problematische schuldensituatie bevindt en dat zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, mede door toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro. Verzoekster heeft sinds mei 2025 een beschermingsbewindvoerder, waardoor de kans op nieuwe schulden is afgenomen.

De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat de WSNP-termijn van achttien maanden zal ingaan op 1 september 2025, de datum waarop de eerste correcte Vtlb-berekening is vastgesteld en verzoekster zich voldoende heeft ingespannen in het minnelijk traject. Tevens worden alle gelegde beslagen opgeheven, een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, en wordt een postblokkade ingesteld voor de eerste dertien maanden van de regeling.

De bewindvoerder krijgt de opdracht om de post van verzoekster te beheren en mag een voorschot op vergoeding nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is. De uitspraak is openbaar gedaan op 1 juli 2026 en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met ingang van 1 september 2025 en een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Toezicht
Rekestnummer: NL:TZ:2613063:R-RK
Vonnis van 1 juli 2026
op het verzoek van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 1 juli 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekster] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoekster] vergezeld door haar dochter,
- mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] , schuldhulpverleners van de [gemeente] ,
- de heer [naam 3] , beschermingsbewindvoerder met collega mevrouw [naam 4] ,
- de heer K. Barak, tolk

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
De rechtbank constateert dat bij een aantal schulden vraagtekens kunnen worden geplaatst ten aanzien van de goede trouw van [verzoekster] . Een deel van de schulden is ontstaan in de afgelopen drie jaar. [verzoekster] heeft aangevoerd dat haar situatie inmiddels ten goede is veranderd. Zij heeft inkomen en een woning. Daarnaast heeft zij sinds 22 mei 2025 een beschermingsbewindvoerder. Hiermee is de kans op het ontstaan van nieuwe schulden afgenomen.
2.3.
Een en ander leidt ertoe dat de rechtbank met toepassing van de zogeheten hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet [verzoekster] het voordeel van de twijfel zal geven en het verzoek zal toewijzen.
De rechtbank kan ervan uitgaan dat [verzoekster] de omstandigheden die (mede) bepalend zijn geweest voor het ontstaan van haar schulden in voldoende mate onder controle heeft gekregen.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekster] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekster] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 1 september 2025.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van ontbrekende afdrachtcapaciteit. De Vtlb-berekening is vastgesteld op 13 augustus 2025 en vanaf dat moment is op basis van de normen die gelden voor de berekening van het Vtlb terecht vastgesteld dat het ontbreekt aan afloscapaciteit en heeft [verzoekster] zich voldoende ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 1 september 2025 begint te lopen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [adres] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf
1 september 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:
D.H.H. Graven-Quasters (Het WSNP Kantoor),
Postbus 12
2270 AA Voorburg;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met R.D.A. Babulall-Oemrawsingh, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.