ECLI:NL:RBDHA:2026:17753

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
rekestnummer: NL:TZ:2610643:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating en eerdere ingangsdatum wettelijke schuldsaneringsregeling

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Tijdens de zitting op 29 mei 2026 verschenen de schuldenaar en schuldhulpverleners van de gemeente. De rechtbank beoordeelde of de schuldenaar te goeder trouw was en aan de voorwaarden voldeed.

De rechtbank concludeerde dat de schuldenaar aan alle eisen voldoet en wees het verzoek tot toelating toe. Tevens werd het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de WSNP toegewezen, maar met een andere datum dan gevraagd. De rechtbank baseerde de eerdere ingangsdatum op de eerste correcte berekening van het vrij te laten bedrag (Vtlb) en de periode waarin maximaal is afgelost.

De rechtbank stelde vast dat de termijn van de WSNP achttien maanden bedraagt, te rekenen vanaf 12 juni 2025, twaalf maanden voor de datum van het vonnis. Tevens vervallen alle gelegde beslagen. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, die onder meer de post van de schuldenaar mag inzien gedurende de postblokkadeperiode. De beslissing werd op 12 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met een eerdere ingangsdatum van 12 juni 2025 en een looptijd van achttien maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummer: NL:TZ:2610643:R-RK
vonnis van 12 juni 2026
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft hij een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank wijst dit verzoek toe. Zij legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 29 mei 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan de [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker];
- mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2], schuldhulpverleners van de [gemeente].

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan.
De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker].
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 12 september 2024.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen,
maar daarbij een andere ingangsdatum dan de gevraagde bepalen. Zij overweegt
daartoe als volgt.
2.9.
Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag/ontbrekende afdrachtcapaciteit.
2.10.
[verzoeker] heeft afdrachten verricht die zijn gebaseerd op inkomsten uit fulltime werk. Bij het verzoekschrift heeft hij echter geen duidelijk overzicht gevoegd waaruit blijkt of die aflossingen het maximaal haalbare zijn. Ook was onduidelijk in hoeverre hij heeft gereserveerd in het kader van alimentatieverplichtingen.
De rechtbank heeft [verzoeker] de gelegenheid gegeven de vermeende maximale afdrachten met stukken te onderbouwen. De rechtbank heeft nagezonden Vtlb-berekeningen ontvangen. De eerste Vtlb-berekening inzake het tweede halfjaar van 2024 is uitgevoerd op 11 december 2024. [verzoeker] heeft conform die berekening (zonder correctie voor de te betalen alimentatie) en latere berekeningen afgelost. De aflossingen zijn echter niet elke maand maximaal geweest. In totaal heeft [verzoeker] een bedrag van € 10.498,93 afgelost. Uitgaande van een gemiddelde afloscapaciteit van (afgerond) € 843,- komt de rechtbank door middel van saldering op een periode van (afgerond) twaalf maanden gedurende welke maximaal is afgelost. De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP twaalf maanden eerder dan de datum van dit vonnis begint te lopen. Dat is dus per 12 juni 2025.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1990,
wonende te [woonplaats];
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 12 juni 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. L. Mundt en tot bewindvoerder:
D.H.H. Graven-Quasters (‘het WSNP-kantoor’),
postbus 12,
2270 AA Voorburg;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met R. Becker, griffier.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.