ECLI:NL:RBDHA:2026:17621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De aanvraag werd ingediend op 9 december 2024, waarna de minister de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 8 april 2025 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is echter verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op 20 oktober 2025 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep op 9 december 2025 tijdig is ingediend. Gezien de bijzondere omstandigheden rond aanvragen van gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet verweerder het griffierecht en proceskosten vergoeden aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.