ECLI:NL:RBDHA:2026:17604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken procesbelang
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister is afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure is vastgesteld dat eiser op 20 maart 2026 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft het onderzoek aanvankelijk aangehouden in afwachting van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak over de mensenrechtensituatie in Ethiopië. Na heropening van het onderzoek en schriftelijke reacties van partijen, heeft eiser en zijn gemachtigde zich afgemeld voor de zitting van 1 juni 2026.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Dit volgt uit vaste rechtspraak dat vertrek met onbekende bestemming zonder contact met de gemachtigde impliceert dat de vreemdeling geen belang meer heeft bij de procedure.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.