Uitspraak
Datum uitspraak: 17 december 2025
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Appellant, van Ethiopische nationaliteit en afkomstig uit Aksum in de regio Tigray, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege mishandeling en discriminatie op grond van zijn Tigreese etniciteit tijdens de oorlog in Tigray.
De minister erkende de identiteit en de ondervonden discriminatie, maar oordeelde dat appellant bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Afdeling toetste het beleid van de minister, waaronder paragraaf C7/14.4 van de Vreemdelingenwet 2000 en recente landeninformatie, en concludeerde dat er geen sprake is van willekeurig geweld of een binnenlands gewapend conflict in Aksum sinds de staakt-het-vurenovereenkomst van november 2022.
De overgelegde informatie toonde een verbeterde veiligheidssituatie met een daling van gewapende confrontaties en mensenrechtenschendingen. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade heeft.
De Afdeling wees het hoger beroep af en bevestigde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.