ECLI:NL:RBDHA:2026:17554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit derdelander uit Oekraïne
Eiser, een derdelander uit Marokko met tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke beschermingen, betwist de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming en de oplegging van terugkeerbesluiten. De minister heeft meerdere terugkeerbesluiten genomen en ingetrokken, waarbij het laatste besluit van 9 februari 2026 het voorgaande verving.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van het ingetrokken besluit van 22 augustus 2023 en verklaart het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het laatste terugkeerbesluit is ongegrond, omdat eiser zijn beroep op artikel 8 EVRM Pro niet voldoende heeft onderbouwd. De enkele stelling van een stabiele relatie en sociale banden in Nederland is onvoldoende om het terugkeerbesluit te weerleggen.
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen eerdere terugkeerbesluiten is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het laatste terugkeerbesluit is ongegrond verklaard.