ECLI:NL:RBDHA:2026:17076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielvergunning en oplegging terugkeerbesluit wegens poging tot doodslag en openbare orde
Eiser, een Somalische nationaliteit, kreeg in 2012 een verblijfsvergunning asiel met subsidiaire beschermingsstatus. Na een veroordeling voor poging tot doodslag tot acht jaar gevangenisstraf, heeft de minister van Asiel en Migratie zijn asielvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken, een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn opgelegd en een inreisverbod van tien jaar uitgevaardigd.
Eiser betwistte het besluit en voerde aan dat de minister ten onrechte niet had getoetst aan het begrip 'bijzonder ernstig misdrijf' en onvoldoende had onderbouwd dat hij een actuele bedreiging vormt. Ook stelde hij dat het besluit niet evenredig is en in strijd met artikel 8 EVRM Pro vanwege een gebrekkige openbare ordetoets.
De rechtbank oordeelt dat het aangehaalde artikel uit de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is omdat eiser een subsidiaire beschermingsstatus heeft. De minister heeft een deugdelijke openbare ordetoets uitgevoerd, waarbij ook het goede gedrag van eiser in detentie is meegewogen, maar dit slechts beperkt belang heeft. De rechtbank ziet geen strijd met artikel 8 EVRM Pro en acht terugkeer naar Somalië niet in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de asielvergunning, het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.