ECLI:NL:RBDHA:2026:17032
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst, beroep ongegrond
Eiseres, afkomstig uit Somalië, diende op 22 november 2022 een asielaanvraag in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op 28 november 2025 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep en de voorlopige voorziening op 29 mei 2026, waarbij eiseres en haar gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de toepassing van Werkinstructie 2024/6 bij de geloofwaardigheidsbeoordeling niet in strijd is met Europese regelgeving. De identiteit en herkomst van eiseres zijn op basis van een taalanalyse en inconsistenties in haar verklaringen terecht als ongeloofwaardig beoordeeld. Ook de beweringen over mishandeling en verkrachting door haar stiefvader worden niet geloofd vanwege tegenstrijdigheden en summiere toelichting.
De rechtbank volgt het standpunt dat het feit dat eiseres uit Somalië komt niet leidt tot vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Verweerder hoefde geen reguliere verblijfsvergunning te verlenen, noch uitstel van vertrek op medische gronden te geven. De belangen van het minderjarige kind zijn voldoende meegewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.