Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
19 februari 2026 heeft een nader gehoor plaatsgevonden.
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Gambia, diende op 30 september 2023 een asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen niet ontvankelijk werden verklaard vanwege de Dublinprocedure. Hij voert aan dat hij vanwege zijn homoseksualiteit in Gambia gevaar loopt en vreest ook voor een mensenhandelaar die hem heeft geholpen bij zijn vlucht.
De minister van Asiel en Migratie acht de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar twijfelt aan de geloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid. De rechtbank stelt vast dat de minister het referentiekader van eiser, waaronder zijn beperkte scholing en culturele achtergrond, voldoende heeft betrokken bij de beoordeling. Het nader gehoor duurde één dag en was volgens de rechtbank zorgvuldig.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende authentieke en gedetailleerde verklaringen heeft gegeven over zijn gevoelens en ervaringen met zijn geaardheid, ondanks zijn langdurig verblijf in Nederland en deelname aan LHBTI-evenementen. Ook acht de rechtbank de vrees voor de mensenhandelaar niet aannemelijk, omdat er geen concrete aanwijzingen zijn dat deze nog naar eiser zoekt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen verblijfsvergunning krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.